Het verkooprecht — in de volksmond beter bekend als de registratierechten — vormt een van de grootste kostenposten bij het verwerven van onroerend goed in België. De opeenvolgende fiscale hervormingen in de verschillende gewesten hebben het landschap grondig hertekend met een uitgesproken begunstiging van jonge gezinnen en starters.
1. Het Vlaamse regime: 3% versus 12%
In Vlaanderen geldt voor de aankoop van de enige en eigen gezinswoning het verlaagde basistarief van 3%. Indien de koper zich ertoe verbindt de woning binnen de gestelde termijn ingrijpend energetisch te renoveren (IER), daalt dit tarief zelfs tot 1%. Daartegenover staat een verhoging van het verkooprecht naar 12% voor tweede verblijven, opbrengsteigendommen en aankopen via vennootschappen.
2. De situatie in Wallonië en Brussel
In het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft het basistarief vastgesteld op 12,5%. Wel werken beide gewesten met abattementen (een vrijstelling van rechten op een eerste schijf van de aankoopprijs), waardoor starters onder bepaalde aankoopdrempels van een substantiële fiscale korting kunnen genieten.
3. Fiscale meeneembaarheid en overgangsmaatregelen
Het vroegere systeem van ‘meeneembaarheid van registratierechten’ is in Vlaanderen uitgefaseerd ten gunste van het lagere tarief van 3%. Raadpleeg altijd vooraf de fiscale simulator van de Vlaamse Belastingdienst op Vlaanderen.be om uw exacte aanslagbiljet te berekenen.
