In België woont meer dan een kwart van de bevolking in een appartement. Het samenleven en beheren van gemeenschappelijke delen vereist een sluitend juridisch kader dat vastgelegd is in het Burgerlijk Wetboek inzake de mede-eigendom.
1. Het verplichte reservefonds van 5%
Elke vereniging van mede-eigenaars (VME) is wettelijk verplicht om een reservekapitaal aan te leggen. De jaarlijkse bijdrage aan dit fonds mag niet minder bedragen dan 5% van het totaal van de gewone gemeenschappelijke lasten van het voorgaande jaar. Dit mechanisme voorkomt dat dringende herstellingen aan daken of liften worden uitgesteld wegens gebrek aan liquide middelen.
2. Besluitvorming op de Algemene Vergadering
Om besluiteloosheid te doorbreken, volstaat voor de meeste renovatiewerken aan gemeenschappelijke delen een tweederdemeerderheid (66%) van de stemmen in plaats van de vroegere driekwartmeerderheid. De afbraak en volledige heropbouw van een verouderd gebouw kan onder strikte voorwaarden goedgekeurd worden met een meerderheid van vier vijfden (80%).
3. Transparantie en het BIV-statuut van de syndicus
Een professionele syndicus moet verplicht ingeschreven zijn bij het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV). Dit garandeert naleving van de deontologische code en een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering ter bescherming van het vermogen van de mede-eigenaars.
