De rentevoet van het hypothecair krediet bepaalt in grote mate de totale kostprijs van een vastgoedaankoop over twintig tot vijfentwintig jaar. Na een decennium van historisch lage rentes heeft de herijking van de financiële markten de vraag naar de optimale formule opnieuw op scherp gesteld.
1. De zekerheid van een vaste rentevoet
In België kiest traditioneel meer dan 75% van de kredietnemers voor een vaste rentevoet. Het grote voordeel ligt voor de hand : absolute voorspelbaarheid. Gedurende de volledige looptijd blijft de maandelijkse aflossing ongewijzigd, ongeacht eventuele geopolitieke onrust of inflatoire schokken op de financiële markten.
2. De formule met variabele rente en wettelijke rentecap
Een variabele rentevoet start doorgaans met een lagere instaprente dan een vaste lening. Bovendien beschermt de Belgische wetgeving kredietnemers via een verplichte ‘cap’ (wettelijk plafond) : de rentevoet mag tijdens de looptijd maximaal verdubbelen (+3% bij een semi-variabele formule zoals 3/3/3 of 5/5/5). Wie verwacht dat de Europese centrale banken de beleidsrente zullen verlagen, kan met een variabele rente substantieel besparen.
3. Wederbeleggingsvergoeding en vervroegde aflossing
De Belgische wet op het hypothecair krediet limiteert de wederbeleggingsvergoeding bij vervroegde terugbetaling tot maximaal drie maanden interest op het terugbetaalde kapitaal. Dit biedt flexibiliteit wanneer men de lening later wil herfinancieren.
